In de Wet op de vennootschapsbelasting 1969 is een bepaling opgenomen op grond waarvan fictieve personeelskosten voor werkzaamheden door vrijwilligers in aftrek mogen worden genomen. Onder voorwaarden leidt deze aftrek tot een lager fiscaal exploitatieresultaat (‘fiscale winst’) van een instelling. Een belangrijke voorwaarde daarbij is dat deze aftrek enkel geldt voor kwalificerende instellingen.

Met ingang van 1 januari 2012 zijn er twee soorten instellingen te onderscheiden die kwalificeren voor deze ‘vrijwilligerskostenaftrek’:
a. een algemeen nut beogende instelling (ANBI), of (kortweg)
b. een sociaal belang behartigende instelling (SBBI),
welke de winst hoofdzakelijk behaalt met behulp van arbeid die door natuurlijke personen ‘om niet’ [lees: gratis] wordt verricht of naar een loon dat in belangrijke mate lager is dan hetgeen in het economische verkeer gebruikelijk is [lees: arbeid door vrijwilligers].

Rechtspraak
Recent heeft Rechtbank Gelderland uitspraak gedaan in een procedure waarin de aftrek van fictieve vrijwilligerskosten in het jaar 2012 een rol speelt. Een casus waarmee het belang van en de samenhang wordt geïllustreerd tussen diverse fiscale regels voor niet-winstbeogende instellingen. We brengen deze graag onder de aandacht.

De volgende feiten waren aan de orde. Stichting Kringloopwinkel ‘X’ drijft een kringloopwinkel. Er worden spullen, goederen en artikelen ingezameld die tegen geringe vergoeding worden verkocht. In het kader van haar kringloopwinkel zijn er tevens werkervarings-, stage-,
re-integratie- en dagbestedingsplaatsen. Voorts biedt de stichting scholing en begeleiding aan werknemers (11 betaalde krachten) en vrijwilligers (34 krachten) en financiert en stimuleert zij duurzame maatschappelijke activiteiten in de omgeving van haar vestigingsplaats.

De stichting is in 2012 niet aangemerkt als ANBI. Een later verzoek daartoe [ongetwijfeld in het kader van deze procedure ook]is bij uitspraak op bezwaar in 2015 afgewezen. Dit komt ons logisch voor, aangezien de ANBI-regelgeving geen ruimte biedt een dergelijk ruime terugwerkende kracht aan het verlenen van de ANBI-status te verbinden [NB: die ruimte bestaat wél voor het intrekken met terugwerkende kracht over de jaargrens heen].

De stichting behaalt in 2012 een winst van € 80.051 ten gevolge van de geleverde arbeid van zowel haar betaalde als vrijwillige personeel. Daarnaast was er in 2012 nog aanvullend een resultaat van € 13.118 ten gevolge van rentebaten. Een totale winst derhalve van € 93.169. In 2012 hebben de betaalde krachten 13.896 uur gewerkt en de vrijwilligers 8.410 uur.

De vrijwilligers hebben in totaal € 12.791 betaald gekregen, al dan niet onbelast uit hoofde van de vrijwilligersregeling. In haar aangifte vennootschapsbelasting 2012 heeft de stichting een bedrag in aftrek gebracht van € 79.300 als ‘fictieve personeelskosten’ op grond van de in de aanhef genoemde regelgeving. Per uur vrijwilligerswerk komt dit neer op een bedrag van € 9,43. De Belastingdienst stond echter niet toe dat deze kosten in aftrek kwamen en de Rechtbank Gelderland is het met dit standpunt eens.

Voorwaarden aftrek
Voor deze aftrek is vereist dat de term ‘hoofdzakelijk’ betrekking heeft op de woorden ‘met behulp van arbeid’ (door vrijwilligers). Dit betekent dat ten minste 70% van de binnen de kringloopwinkel verrichte arbeid van vrijwilligers afkomstig moet zijn. Omdat de feiten uitwijzen dat binnen de stichting slechts 37,7% van de uren door vrijwilligers zijn gemaakt, kan ook slechts voor dat deel de winst aan hun arbeid worden toegerekend. Evident minder dan de vereiste 70%, waarmee dit pleit beslecht was voor de kringloopwinkel en de aftrekpost geen toepassing vindt in 2012.

Rentebaten belast?
Voorts bepleit de kringloopwinkel dat de rentebaten in 2012 buiten haar belastbare winst moeten blijven. De stichting geeft daarbij aan dat zij, naast de exploitatie van de kringloopwinkel nog andere doelstellingen heeft. De financiële resultaten uit deze andere doelstellingen leveren geen ondernemingswinst op, aldus de stichting.

Ook deze stelling van de stichting wordt door de Belastingdienst en de Rechtbank Gelderland niet gevolgd. Daarbij komt belang toe aan de inhoud van de statuten. De daarin geformuleerde doelstelling was ‘het exploiteren van een kringloopwinkel’. Alle overige – ook in de statuten genoemde – doelstelingen waren daaraan dienstbaar, aldus de rechter. En omdat de stichting geen andere doelstellingen had, was de conclusie dat het vermogen (en de rentebaten daaruit) niet aan een andere activiteit kon worden toegerekend dan aan haar onderneming. De rentebaten moeten daardoor tot de belastbare winst worden gerekend.

Signaal naar praktijk
In de praktijk betekenen de voorwaarden aan de fictieve kostenaftrek bij vrijwilligersinzet én toepassing van de vrijwilligersregeling, dat betaalde krachten vanwege fiscale motieven soms werkzaam zijn in een van de vrijwilligers afgezonderde rechtspersoon. Daarbij komt bovendien veel gewicht toe aan de ANBI- of SBBI-status van een instelling.

Vanwege de vereisten aan de SBBI-status van een instelling, kan met een uitspraak als deze voorts ook deze status verloren gaan en kunnen verkregen schenkingen en/of legaten volledig aan de heffing van schenk- of erfbelasting worden blootgesteld.

Tot slot maakt deze casus nog weer duidelijk dat ook de letterlijke tekst van de statutaire doelstelling(en) van een stichting van groot belang is. Een te beperkt inkleden van de doelen, kan afbreuk doen aan fiscaal gewenste flexibiliteit en het pleidooi een gedeelte van het exploitatieresultaat van een instelling buiten de heffing van winstbelasting te houden.

Jos van Bavel
2 november 2015

Deel via... ... of praat mee via onze

Leave A Reply