Vaste vertegenwoordiger? Opgepast!
Voor veel ondernemers is het gebruikelijk om met regelmaat buitenlandse partijen in te schakelen voor bijvoorbeeld promotionele doeleinden, voor opslag en tentoonstelling van goederen, voor verkoopdoeleinden etc. De onderlinge rechten en plichten van de betrokken partijen (de principaal en de agent), worden doorgaans neergelegd in agentuurovereenkomsten, waarvan de essentiële elementen uitvoerig zijn onderhandeld. De ervaring leert echter dat dit niet altijd opgaat voor de (internationale) fiscale aspecten van dergelijke overeenkomsten. Juist dáár kan zich een ongewenst fiscaal risico voordoen.

Bevoegdheid
Als het gaat om de bevoegdheid om ondernemingswinsten te belasten, is één van de basisprincipes van de internationale fiscaliteit dat dergelijke winsten mogen worden belast met vennootschapsbelasting (of een equivalent daarvan) in de woonstaat van de onderneming. Bijvoorbeeld een B.V. opgericht naar het recht van Nederland en (fiscaal) woonachtig (gevestigd) in Nederland, is onderworpen aan de Nederlandse vennootschapsbelastingheffing voor haar wereldwinst, ongeacht waar deze is gerealiseerd. Echter, de buitenlandse belastingautoriteit wil de op haar territoir gerealiseerde winsten tevens maar al te graag in de belastingheffing betrekken. Om in dergelijke gevallen dubbele belastingheffing te voorkomen – d.w.z. Nederland als de woonstaat van de onderneming en het buitenland als de bronstaat van het inkomen – zijn zogenaamde bilaterale belastingverdragen afgesloten tussen landen om heffingsrechten voor bepaalde type inkomsten te alloceren aan één van beide staten. De hoofdregel is dat het land waar een vennootschap haar fiscale woonplaats heeft, het exclusieve heffingsrecht heeft ten aanzien van ondernemingswinsten. Deze hoofdregel kent echter een belangrijke uitzondering: indien een – in het voorbeeld – Nederlandse B.V. een vaste inrichting heeft in een ander land, zijn de winsten welke toerekenbaar zijn aan die vaste inrichting eerst in dat land belastbaar. Vervolgens dient de woonstaat van de B.V. Nederland, een methode ter voorkoming van dubbele belastingheffing toe te passen. Hiervoor bestaan enkele technieken die in dit artikel onbesproken blijven.

Vaste inrichting
In een notendop: een vaste inrichting is een vaste bedrijfsinrichting, waarin de werkzaamheden van de onderneming (de B.V.) geheel of gedeeltelijk worden uitgeoefend. Bepaalde gevallen zijn van deze definitie uitgesloten. Het gaat dan om het aanhouden van een buitenlandse bedrijfsinrichting voor werkzaamheden die voor de buitenlandse onderneming (de B.V.) van voorbereidende aard zijn dan wel het karakter van hulpwerkzaamheid hebben. Hierbij kan gedacht worden aan het aanhouden van een bedrijfsinrichting uitsluitend voor opslag of tentoonstelling van goederen. In dergelijke situaties kan niet worden gesproken van een ‘belaste’ vaste inrichting voor verdragsdoeleinden. So far, so good: zolang een Nederlandse B.V. geen vaste inrichting in een ander land heeft, zou deze B.V. aldaar geen belaste aanwezigheid mogen hebben voor vennootschapsbelastingdoeleinden. De term vaste inrichting kent echter nog een dimensie, welke in de context van agentuurovereenkomsten zeer relevant kan zijn: de vaste vertegenwoordigings-vaste inrichting (hierna: ‘de vv-vi’).

De vaste vertegenwoordigingsvaste inrichting
Indien de Nederlandse B.V. een in het buitenland woonachtige individu inschakelt die de Nederlandse B.V. vertegenwoordigt, in die zin dat deze namens de B.V. overeenkomsten afsluit, dan kan dit individu aangemerkt worden als een fictieve vaste inrichting van de B.V. in het betreffende land. Dientengevolge ontstaat onderworpenheid van de BV aan lokale belastingen (vv-vi). Deze onderworpenheid kan gelden voor de lokale vennootschapsbelasting voor de resultaten welke toerekenbaar zijn aan die vaste inrichting, maar ook mogelijkerwijs voor BTW, voor invoerrechten, enz. Het zij opgemerkt dat voor heffingen anders dan de vennootschapsbelasting afwijkende of aanvullende voorwaarden kunnen worden gesteld voor een belaste aanwezigheid. Naast aangifteverplichtingen kan dit leiden tot andersoortige verplichtingen, zoals deponeringsverplichtingen bij een lokale KvK, douane-/invoerverplichtingen, etc. Het niet voldoen aan dergelijke verplichtingen kan vervelende gevolgen hebben, zoals boetes of een interruptie van ondernemingsactiviteiten met alle mogelijke gevolgen van dien. Verder doen zich bij vv-vi’s praktische problemen voor, bijvoorbeeld als het gaat om transfer pricing: welke opbrengsten/ kosten moeten toegerekend worden aan die vv-vi? Dit kan leiden tot langslepende discussies met buitenlandse belastingautoriteiten. In onderstaande tabel vindt u een overzicht van de voorwaarden voor een vv-vi met toelichting. Aangezien het bij het herkennen van vv-vi’s om zeer feitelijke situaties gaat, verdient het aanbeveling om bij het opstellen/onderhandelen van grensoverschrijdende agentuurovereenkomsten deze elementen voldoende in ogenschouw te nemen om mogelijke ongewenste fiscale gevolgen te voorkomen.

Toegenomen internationale focus
Zoals ongetwijfeld bekend wordt de afgelopen (crisis)jaren een intense discussie gevoerd op internationaal niveau over de fiscale moraal van multinationals, waarbij namen zoals Google, Starbucks, Apple en andere grote multinationals behoorlijk onder vuur liggen. Dit heeft geleid tot diverse voorstellen/actieplannen om zogenaamde internationale Base Erosion and Profit Shifting (BEPS) tegen te gaan. Een van deze actieplannen ziet toe op de kunstmatige voorkoming van vaste inrichtingen. Alhoewel er momenteel nog geen daadwerkelijke wetgeving bestaat, is er wel een toegenomen internationale focus op vaste inrichtingen. Met dit artikel wordt niet beweerd dat u als ondernemer die met enige regelmaat agentuur-overeenkomsten afsluit, poogt om op gekunstelde wijze vaste inrichtingen over de grens te vermijden. Deze bijdrage is slechts bedoeld om bewustwording te creëren wat betreft de mogelijke ongewenste internationale fiscale gevolgen van het aangaan van agentuurovereenkomsten in combinatie met de toegenomen internationale focus op vaste inrichtingen. U als ondernemer dient zich volledig te kunnen focussen op uw core business: ondernemen. Mocht u twijfelen of uw huidige internationale agentuurovereenkomsten mogelijke vv-vi-risico’s met zich meebrengen of bent u wellicht voornemens om een dergelijke overeenkomst aan te gaan, neemt u dan contact met uw internationaal adviseur op.

LOGO BANNING- Internationaal

Dit artikel is tevens gepubliceerd in Globe Magazine

Laurence acts as a tax counsel / senior tax manager within the international tax and transfer pricing group of BANNING. He has worked for approx. 8 years within a Big 4 environment in the international corporate tax practice for clients operating in various types of industries around the world. In his daily work Laurence deals with all sorts of international tax aspects, e.g. relating to corporate reorganizations and restructurings, (re)financing, acquisitions and disposals, rulings and ‘general’ day-to-day tax work. His professional expertise is mainly focussed on corporate income tax, withholding taxes, international and European tax law and real estate related taxes. Laurence graduated in tax law at Tilburg University and is a member of the Dutch Association of Tax Lawyers (Nederlandse Orde van Belastingadviseurs).

Neem contact op
Deel via... ... of praat mee via onze

Leave A Reply